VVM logo nieuw 150x150

netwerk van milieuprofessionals

 
Bezoek ons op: 

 

Beleidsplan VVM 2011-2015

Inhoudsopgave

1. Inleiding

2. Doel van het beleidsplan

3. Uitgangspunten

4. De VVM in 2010

5. Beeld VVM 2015

    5.1. Activiteiten van de VVM
    5.2. Secties van de VVM
    5.3. Zichtbaarheid en bekendheid van de VVM
    5.4. VVM internationaal
    5.5. Organisatie van de VVM
    5.6. Ledenaantal

6. Prioriteiten 2011

7. Uitvoering

 

1. Inleiding

Het is goed om periodiek vooruit te kijken en een aantal doelen voor de toekomst te stellen. Dat geldt in zijn algemeenheid voor iedere organisatie, de VVM niet uitgezonderd. Alleen dan kan een organisatie actueel blijven en meerwaarde bieden. De VVM wil graag meerwaarde bieden voor haar leden en in het maatschappelijke debat over het milieu, nu en in de toekomst. Daarom heeft het bestuur van de VVM dit beleidsplan opgesteld, waarmee het bestuur richting wil geven aan de ontwikkeling van de VVM. Voor een deel is dat het voortzetten van het bestaande beleid, voor een deel geeft het beleid nieuwe impulsen.

 

In het beleidsplan is een aantal doelstellingen voor het jaar 2015 opgenomen. Jaarlijks zal het bestuur van de VVM de voortgang van de realisatie van doelstellingen evalueren en een aantal van deze doelstellingen aanmerken als bestuursprioriteit, wat betekent dat het bestuur in het volgende jaar in het bijzonder aandacht zal geven aan de realisatie van deze doelstellingen.

[naar boven] 

2. Doel van het beleidsplan

Het doel van het beleidsplan is om een beeld te schetsen van de VVM op de middellange termijn (vijf jaar): wat willen we dan hebben bereikt en aan te geven hoe deze doelen zouden moeten worden bereikt. Verder is dit beleidsplan de basis voor het jaarlijks vast te stellen doelen en prioriteiten.

 

Het beleidsplan geeft richting aan de koers van de VVM in de komende jaren. Leidend motief daarbij is de volgende in de visie vastgelegde doelstelling van de VVM. Vanuit een maatschappelijke betrokkenheid wil de VVM veelzijdige en vernieuwende informatie, kennis en ervaring bundelen en inzetten in het maatschappelijke debat over milieu en duurzaamheid. Op deze manier ambieert de VVM de kwaliteit van besluitvorming te bevorderen en draagvlak te creëren. Het milieubelang kan volgens de VVM namelijk alleen een volwaardige plaats innemen in de besluitvorming als er breed gedragen kennis over het milieu wordt ingebracht. De VVM moet een vereniging zijn waarin de milieuprofessional zich thuis voelt en is de organisator van het debat over hoe een goed milieubeleid eruit ziet.

[naar boven]

3. Uitgangspunten

Het uitgangspunt van het beleidsplan is de visie en de missie van VVM. De missie en de visie van de VVM zijn vorig jaar uitgewerkt en komen samengevat neer op het volgende:

‘De VVM is het platform voor ontmoeting, kennisuitwisseling en debat van milieuprofessionals’. De VVM is een platform voor mensen die uit interesse, vanuit hun studie en bovenal vanuit hun beroepspraktijk met milieu bezig zijn. Milieuprofessionals met uiteenlopende beroepspraktijken komen bij de VVM bij elkaar. De achtergrond van de leden is heel divers. Juist die variatie van werkgevers en disciplines maakt de VVM tot een wervend en inspirerend platform. De VVM is een uitstekend netwerk om kennis nationaal en internationaal te delen. Zo faciliteert de VVM bijvoorbeeld ontmoetingen tussen wetenschappers die onderzoek doen naar milieueffecten en degenen die deze kennis toepassen in de praktijk, zodat kennis en ervaringen kunnen worden gedeeld.

 

Milieuprofessionals kunnen bij de VVM terecht voor verdieping, reflectie, visievorming en actuele ontwikkelingen op het gebied van milieuvraagstukken. De middelen die de VVM hiertoe tot haar beschikking heeft, zijn onder meer het Tijdschrift Milieu, themabijeenkomsten, cursussen en nationale en internationale congressen en netwerken”.

[naar boven]

4. De VVM in 2010

De VVM heeft ongeveer 2.000 leden en dat getal is al jaren stabiel. Binnen de VVM zijn ongeveer 25 secties, waarvan de meeste jaarlijks één of meer activiteiten organiseren, die door de bezoekers goed gewaardeerd worden. De activiteiten van de VVM worden met name door de leden van de VVM bezocht, maar blijken steeds meer aantrekkingskracht te hebben op niet-leden. Van de 2.000 leden is naar schatting 10% - 20% actief in een sectie of bezoekt ten minste eenmaal per jaar een activiteit van de VVM.
 

Het Tijdschrift Milieu is een belangrijk product van de VVM en wordt voornamelijk door de leden gevuld. Het tijdschrift bevat twee delen: het kleurenkatern met kortere opiniërende artikelen, uitkomsten van VVM-debatten en nieuws uit de vereniging, en het middenkatern of dossier, dat artikelen bevat met een wetenschappelijk karakter. Het blad wordt hoog gewaardeerd door de lezers en is daarmee een belangrijk visiteplaatje van de VVM. Het blad Milieu brengt jaarlijks een special uit over een actueel, controversieel thema. De special wordt gepresenteerd op een minisymposium en overhandigd aan een vooraanstaand persoon (bij voorkeur minister). 
 Een tweede tijdschrift van de VVM is het blad Journal of Integrative Environmental Sciences, dat succesvol bezig is zich een plek te verwerven tussen de wetenschappelijke tijdschriften over natuur en milieu. Verder brengt de VVM maandelijks een elektronische nieuwsbrief uit en beschikt ze over een moderne website voor de uitwisseling van informatie, het inschrijven voor evenementen en het overzicht van de leden.
 

Naast de activiteiten van de secties organiseert de VVM, in de regel samen met één of meer secties, enkele grote evenementen. Belangrijkste hiervan zijn de Nationale Milieudag en de tweejaarlijkse internationale conferentie over de uitstoot van broeikasgassen anders dan CO2 (NCGG). De sectie Energie organiseert, minder regelmatig, het Nationaal energiedebat.
 

In 2010 heeft de VVM voor het eerst, in samenwerking met Libéma en de VLM, de milieuvakbeurs georganiseerd. De VVM organiseert gedurende drie dagen een inhoudelijk programma naast de beurs en heeft de regie over het voordrachtentheater op de beursvloer zelf. De organisatie van het slotdebat is in handen van de VVM. Verder participeert de VVM in de jury van de innovatieprijs, die op deze beurs wordt uitgereikt.
 

Internationaal is de VVM aangesloten bij de EFAEP, de EFCA en de IUAPPA. In al deze organisaties speelt de VVM een belangrijke rol. Vanuit de gedachte dat deelname aan deze organisaties een meerwaarde moet opleveren voor de leden van de VVM en de kosten van deelname moeten opwegen tegen deze meerwaarde, wordt de deelname aan deze organisaties geëvalueerd.
 

Buiten de kring van de leden van de VVM heeft de VVM een beperkte bekendheid. Dat komt omdat de VVM vooral is gericht op netwerk en debat tussen de milieuprofessionals. De VVM is niet of slechts bij uitzondering zichtbaar actief in discussies over het milieu. Dat is een koers die in de discussie “De VVM vooruit, een werkend perspectief” en de discussie over de visie en de missie van de VVM nogmaals is bevestigd.
 

De financiële positie van de VVM is goed. Ondanks dat de subsidie van VROM, die al sinds de oprichting van de VVM een belangrijk deel van de middelen vormde, is afgebouwd is er sprake van een licht positief saldo. De verhoging van de contributie en de opbrengst van evenementen maakt dat het wegvallen van de VROM-subsidie goed is opgevangen.
 

Concluderend kunnen we stellen dat de VVM in 2010 een actieve vereniging is met een gezonde financiële positie en een stabiel ledenaantal.

[naar boven]

5. Beeld VVM 2015

De conclusie van paragraaf 3 maakt niet dat het niet zinvol is om een beleid per jaar te ontwikkelen. Dit beleid bestaat uit een beeld van de VVM in 2015 en het bepalen van de wijze waarop dat beeld moet worden bereikt.

[naar boven]

5.1. Activiteiten van de VVM

De VVM is een vereniging van leden (de milieuprofessionals) die in de VVM een meerwaarde moeten vinden. Is er geen meerwaarde, dan hebben de leden weinig reden om lid te blijven. De achterban van de VVM is divers en de behoeften van de leden zijn daarmee eveneens divers. Dat betekent dat de VVM een gevarieerd pakket aan activiteiten moet aanbieden aan de leden en dat rekening moet worden gehouden met de specifieke wensen van de leden.
 

Om te weten waar de leden behoefte aan hebben, is het zinvol periodiek te peilen waar de behoeften van de leden liggen. Dat kan bijvoorbeeld door het uitvoeren van een enquête, het evalueren van evenementen met de deelnemers aan die evenementen en het vragen van input uit de secties via de VVM-raad. Verzoeken van leden om in te gaan op specifieke thema’s moeten ondersteund en gestimuleerd worden. Vanwege de pluriformiteit van de achterban is het eveneens wenselijk dat de uitingen van de VVM op verschillende manieren worden gedaan, bijvoorbeeld door ook gebruik te maken van de moderne media als de website, een internetforum, elektronische nieuwsbrieven, LinkedIn en Twitter.
 

Bij het bepalen van de activiteiten van de VVM spelen de secties, het bestuur en het bureau een belangrijke initiërende rol. Van hen wordt verwacht dat zij op de hoogte zijn van de actuele ontwikkelingen in het milieu, wat de belangrijkste vraagstukken zijn en waar de debatten over gaan en initiatieven nemen om activiteiten te organiseren.
 

Omdat de VVM een vereniging is voor netwerk en debat, zou het in de rede liggen dat een groot deel van de leden van de VVM participeert in de activiteiten van de VVM. Dat kan overigens op vele manieren, zoals het deelnemen aan activiteiten, het participeren in discussies via internet, het schrijven van artikelen of het reageren op artikelen, participeren in sectiebesturen of werkgroepen (bijvoorbeeld werkgroep NMD, werkgroep jubileum, werkgroep huisstijl). De mate van participatie van de leden is, gelet op de missie en visie van de VVM, in beperkte zin een maat voor het succes van de VVM. Belangrijk daarvoor is dat de leden de activiteiten van de VVM een meerwaarde vinden hebben. Die meerwaarde uit zich onder andere in de actualiteit en de kwaliteit van de activiteiten en uitingen van de VVM. Ook voor voldoende activiteiten en voldoende breedte in activiteiten is een breed palet aan secties van essentieel belang.

 

Dit betekent het volgende voor de doelstellingen 2015:

  1. Bestuur, secties en bureau van de VVM zijn goed op de hoogte van de behoeften en wensen van de leden voor wat de VVM hen moet bieden en spelen daar actief op in met activiteiten en de wijze waarop er over deze activiteiten met de leden wordt gecommuniceerd. Leden wordt gevraagd naar hun interesse.
  2. Het aantal leden van de VVM dat participeert in één of meer activiteiten die de VVM organiseert, neemt gestaag toe.
  3. De kwaliteit van wat de VVM biedt is goed, de activiteiten van de VVM en van de secties houden zich aan een door de VVM geformuleerde actuele kwaliteitsstandaard.

Uitvoering:
De directeur organiseert periodiek een ledenraadpleging over het oordeel van de leden over de VVM en wat de leden van de VVM verwachten. Verder wordt ieder door de VVM georganiseerd evenement geëvalueerd, waarbij wordt nagegaan aan welke activiteiten in welke vorm de deelnemers van de VVM verwachten. De directeur rapporteert hierover jaarlijks aan het bestuur. Verder toetst de directeur de activiteiten van de VVM aan de geformuleerde kwaliteitsstandaard en stuurt daar zo nodig op bij. De directeur stimuleert leden om actief te zijn in de vereniging.

[naar boven]

5.2. Secties van de VVM

De secties van de VVM zijn de ruggengraat van de VVM: de meeste activiteiten van de VVM worden georganiseerd door de secties. Het beeld van wat de VVM te bieden heeft wordt daarom in belangrijke mate bepaald door wat de secties te bieden hebben. Voor een breed aanbod in activiteiten is een breed palet aan secties van essentieel belang. Tevens is het erg belangrijk dat de secties goed functioneren en regelmatig activiteiten organiseren. De afspraak is dat iedere sectie ten minste twee activiteiten per jaar organiseert voor de vereniging. Dat kunnen bijeenkomsten zijn, maar dat kan ook in de vorm van artikelen, een internetforum, een excursie etc.
 

Om aan de kwaliteitsstandaard te kunnen voldoen moeten de secties beschikken over actieve besturen en actieve leden en is het wenselijk dat de secties goed worden ondersteund bij de organisatie van hun activiteiten door het bureau van de VVM. Goede afspraken tussen de secties en het bureau zijn daarvoor noodzakelijk en reeds (grotendeels) vastgelegd in de werkwijzer. 
Het nadeel van de opdeling is secties kan zijn, dat milieuproblemen vooral sectoraal worden benaderd. Omdat de trend in het milieubeleid en de milieuregelgeving is dat zaken integraal worden benaderd, zie bijvoorbeeld de invoering van de Wabo, is het streven naar een meer integrale benadering ook binnen de VVM wenselijk. Dat doen we vooral door het samenwerken tussen secties en met andere organisaties te bevorderen. 
Om tegemoet te komen aan wensen van leden is het belangrijk dat snel en actief wordt gereageerd op verzoeken van leden om nieuwe onderwerpen te behandelen in de VVM, bijvoorbeeld door het oprichten van een sectie.
 

Dit betekent het volgende voor de doelstellingen 2015:

  1. Iedere sectie functioneert zoals dat is vastgelegd in de Werkwijzer. Jaarlijks evalueert het bestuur het functioneren van de secties. Secties die langdurig niet functioneren worden vernieuwd of opgeheven.
  2. De secties van de VVM dekken de breedte van het milieuveld, waarbij iedere sectie onderscheidend en herkenbaar is.

Uitvoering:
Het bureau van de VVM is belangrijk voor het functioneren van de secties. De directeur houdt het functioneren van de secties goed in de gaten en stimuleert dat de secties werken volgens de in de sectiewerkwijzer afgesproken standaards. Daar waar dat aan de orde is stimuleert de directeur de werving van nieuwe bestuursleden en actieve leden van de secties om te voorkomen dat secties stilvallen of te weinig activiteiten organiseren. Secties die niet functioneren en waarvan het niet mogelijk blijkt deze te activeren worden op voorstel van de directeur door het bestuur opgeheven. 

 

De directeur schenkt in het bijzonder aandacht aan het functioneren van de sectiebesturen.
Bij het organiseren van activiteiten let de directeur op de mogelijkheden van samenwerking met andere secties als dat voor het debat over een onderwerp meerwaarde biedt.

[naar boven]

5.3. Zichtbaarheid en bekendheid van de VVM

De missie en visie van de VVM zeggen dat de VVM vanuit een maatschappelijke betrokkenheid veelzijdige en vernieuwende informatie, kennis en ervaring wil bundelen en inzetten in het maatschappelijke debat over milieu en duurzaamheid. Dat kan alleen als de VVM een plaats heeft in dat maatschappelijke debat. Niet als een deelnemer met een eigen standpunt en mening, maar als een organisatie die het maatschappelijke debat over een milieuonderwerp meerwaarde geeft. De VVM doet dat door het samenbrengen van verschillende disciplines en meningen en het hoge niveau van het discussie dat tijdens de bijeenkomsten wordt bereikt. Dat betekent dus dat de VVM niet gaat opereren als een Milieudefensie of een Greenpeace en steeds actief de pers opzoekt, het betekent wel dat de VVM een herkenbare en kwalitatief goede bijdrage levert aan het maatschappelijke debat. Om dat in een beeld te vertalen: het zou mooi zijn als de VVM regelmatig zou worden gevraagd om een inbreng in het maatschappelijke debat over de actuele milieuvraagstukken door bijvoorbeeld een activiteit of een bijeenkomst te organiseren en de resultaten daarvan in te brengen in de discussie.
 

Een middel om meer zichtbaarheid te verkrijgen is de bekendheid van de evenementen van de VVM. De VVM organiseert regelmatig activiteiten, veelal in de vorm van debatten georganiseerd door de secties over ene bepaald onderwerp, waarvan de uitkomsten interessant kunnen zijn voor de andere actoren in het debat. Het actief uitdragen van deze resultaten kan bijdragen aan het vergroten van de zichtbaarheid van de VVM. Ook het meer bekendheid geven aan (grote) evenementen van de VVM kan hieraan bijdragen. Het beste voorbeeld hiervan is de Nationale Milieudag, die nu het karakter heeft van een VVM-congres waar voornamelijk leden komen en die weinig nationale bekendheid geniet. Een nationaal bekende milieudag zou tevens de zichtbaarheid van de VVM vergroten. Een goede mogelijkheid hiervoor biedt de jaarlijkse Wereldmilieudag, door de Nederlandse trekkersrol te vervullen van de Wereldmilieudag.
 

Belangrijk voor de zichtbaarheid en bekendheid van de VVM zijn ook de publicaties van de VVM. Hierbij moet in het bijzonder worden gedacht aan Milieu en aan Journal of Integrative Environmental Sciences (JIES). Milieu is een tijdschrift dat (semi)wetenschappelijke artikelen combineert met opiniërende artikelen van de VVM. Omdat het onderdeel verenigingsorgaan maar een beperkte rol speelt in het blad, is een bredere verspreiding dan alleen onder de leden wenselijk. Zo zou het mooi zijn als het tijdschrift ook via de tijdschriftenhandel beschikbaar zou kunnen worden, maar dit lijkt vooralsnog een brug te ver. Wel kan ernaar worden gestreefd het bereik van het blad te vergroten door middel van abonnementen en verspreiding per post. JIES is bezig te ontwikkelen tot een internationaal erkend tijdschrift met een rating in de Thompson Science Citation Index.

 

Dit betekent het volgende voor de doelstellingen 2015:

  1. (Bestuursprioriteit 2011) De VVM heeft een zichtbare en erkende plaats in het centrum van het debat over milieuvraagstukken. Dat uit zich in de organisatie van debatten over actuele thema’s met mensen die een belangrijke plaats in het debat innemen, de betrokkenheid van de VVM in het actuele milieudebat en de contacten met de betreffende organisaties m.b.t. die milieuvraagstukken.
  2. (Bestuursprioriteit 2011) De VVM is de nationale trekker van de Wereldmilieudag in Nederland, waarop nationaal door vele organisaties aandacht wordt gegeven aan het milieu.
  3. De VVM organiseert ten minste één toonaangevend (internationaal) congres per twee jaar.
  4. Environmental Sciences is een internationaal erkend wetenschappelijk tijdschrift en heeft een rating van ten minste 1 in de Thomson Science Citation Index.
  5. De verspreiding van het blad Milieu is veel groter dan alleen de leden van de VVM.

Uitvoering:
Er komt een werkgroep actualiteit onder leiding van een bestuurslid van de VVM. Deze werkgroep houdt de actualiteit van het milieubeleid in de gaten en initieert waar mogelijk samen met de betreffende secties een VVM-activiteit voor die actuele onderwerpen waar de VVM een meerwaarde kan bieden. Deze werkgroep richt zich in algemene zin tevens op de hoofdrolspelers als het gaat om het betrekken van de VVM bij het debat.
 

Bestuur en directeur gaan het gesprek aan met VROM over de organisatie van de Wereldmilieudag in Nederland en de rol die de VVM hierbij kan vervullen. De inzet daarbij is dat de VVM de trekkersrol vervult en ervoor zorgt dat de Wereldmilieudag in Nederland veel aandacht krijgt van overheden, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties. De Nationale Milieudag blijft een tot de VVM beperkte activiteit in de vorm van een jaarlijks VVM-congres, dat ook voor niet-leden van de VVM toegankelijk en aantrekkelijk is.
 

NCGG is thans een belangrijke periodiek terugkerend groot internationaal congres van de VVM. Het periodiek organiseren van dit congres blijft een belangrijke activiteit van de VVM. De directeur van de VVM overlegt met de secties over de mogelijkheden van andere internationale congressen van de VVM.
 

De directeur onderzoekt samen met de hoofdredacteur de mogelijkheden van een ruimere verspreiding van Milieu dan alleen onder de leden. De mogelijkheid van een landelijke distributie via de tijdschriftenhandel wordt hierbij meegenomen. De VVM blijft JIES steunen in de ontwikkeling naar een internationaal erkend tijdschrift.
 

Om de bekendheid van de activiteiten van de VVM in brede kring te vergroten zal het bureau actief persberichten verspreiden over evenementen die de VVM organiseert of heeft georganiseerd. De nadruk zal daarbij liggen op vermeldingswaardige resultaten van de bijeenkomsten.

[naar boven]

5.4. VVM internationaal

Milieu is een activiteit die zich niet beperkt tot de Nederlandse grenzen: Nederland is geen eiland met daaromheen alleen water (Kamminga tijdens de NMD 2010). Dat blijkt uit de belangrijkste milieuproblemen (zoals klimaatverandering, verlies aan biodiversiteit) die nadrukkelijk alleen in internationaal verband kunnen worden opgelost. Het is daarom voor de VVM en, vooral, voor de leden van de VVM belangrijk dat de VVM zich niet beperkt tot de Nederlandse milieuproblemen. Het is natuurlijk wel zo dat participatie van de VVM in internationaal verband moet passen binnen de doelstellingen van de VVM (netwerk en debat), een meerwaarde moet leveren voor de leden en financieel moet passen binnen de begroting van de VVM.

 

Dit leidt tot de volgende doelstellingen voor 2015:

  1. De VVM participeert actief in internationale netwerken als de EFAEP en de EFCA en andere internationale organisaties die passen binnen de doelstellingen van de VVM en een meerwaarde hebben voor de leden.

Uitvoering:
Het bestuur stelt een strategie op over hoe om te gaan met de internationale participatie van de VVM.

[naar boven]

5.5. Organisatie van de VVM

Om de leden goed te kunnen bedienen is een professionele organisatie van de VVM noodzakelijk. Dat betekent niet alleen een goed functionerend bestuur, maar ook een professioneel bureau, goed functionerende secties en een goed contact tussen de leden, de secties, het bestuur en het bureau van de VVM. Het betekent ook een financieel gezonde situatie met gemiddeld genomen een goede balans tussen de inkomsten en de uitgaven van de VVM. Om ervoor te zorgen dat de organisatie van de VVM goed functioneert is een periodieke evaluatie noodzakelijk, waarbij alle elementen van de structuur van de VVM worden geëvalueerd.
 

De competenties van het bureau van de VVM moeten goed aansluiten bij wat de leden en secties van de VVM vragen. Het is daarom belangrijk dat het bureau voldoende medewerkers en competenties bevat om de vereniging goed te kunnen ondersteunen. Dat ondersteunen van de vereniging kan verder gaan dan het ondersteuning verlenen aan de secties.
 

Bijzondere punten van aandacht zijn PR en communicatie om de zichtbaarheid van de VVM bij potentiële leden te vergroten en daarmee een stap te zetten in de vergroting van het ledenaantal. De PR en communicatie dienen zich zowel te richten op de algemene bekendheid onder de doelgroep als om bekendmaken van activiteiten van de VVM of resultaten van debatten. Omdat niet geheel duidelijk is hoe groot de doelgroep is, zal tevens periodiek een doelgroepanalyse worden uitgevoerd.
 

De organisatie van de VVM draait voor een belangrijk deel op de vrijwilligers die de activiteiten van de secties organiseren en de VVM besturen. Opvallend is dat het aandeel vrouwen en jongeren hierin relatief klein is. En dat is des te meer opvallend omdat in de achterban deze verdeling niet zo is. De VVM streeft er dan ook naar om het aandeel vrouwen en jongeren in haar organisatie te vergroten.

 

Dit levert de volgende doelstellingen op voor 2015:

  1. De organisatie van de VVM is financieel gezond met goede vooruitzichten.
  2. Het bureau van VVM is voldoende groot en bevat alle competenties om de vereniging effectief te ondersteunen.
  3. (Bestuursprioriteit 2011) Het aandeel jongeren en vrouwen in de organisatie van de VVM vormt een goede afspiegeling van de achterban.
Uitvoering:
De eerste doelstelling is reeds lang gerealiseerd. Echter, door het wegvallen van de VROM-subsidie is de VVM meer afhankelijk van de contributies (ledenaantal) en de inkomsten uit activiteiten. Dat maakt het financieel gezond houden van de VVM tot een grotere uitdaging dan dat in het verleden was. Daarom dat deze doelstelling toch is opgenomen.
 
Het bestuur en bureau van de VVM evalueren ten minste eens per twee jaar het functioneren van de VVM en passen de structuur en werkwijze zo nodig aan. De begroting van de VVM is sluitend, waarbij de essentiële onderdelen van de VVM (bijvoorbeeld een minimale bezetting van het bureau) door de contributies moet kunnen worden gedekt. 
Bij het werven van leden voor het VVM-bestuur of de sectiebesturen wordt actief gezocht naar vrouwen en jongeren.

5.6. Ledenaantal

De achterban van de VVM bestaat uit mensen die beroepsmatig (professioneel) met het milieu bezig zijn, zijn geweest of bezig willen zijn. Het begrip milieuprofessional wordt overigens zeer breed opgevat en in feite is iedereen als lid welkom. Het is niet duidelijk wat de potentiële achterban van de VVM is. Er is wel eens het getal van 10.000 genoemd, maar dat is hooguit een ruwe schatting. Als we iedereen die beroepsmatig of in het kader van studie met het milieu bezig is tot die potentiële achterban rekenen, dan is zeker dat dat aantal substantieel hoger ligt dan het huidige ledenaantal van 2.000.
 

De VVM ontleent haar bestaansrecht aan het hebben van leden. Het behouden en bij voorkeur toenemen van het ledenaantal van de VVM is daarom erg belangrijk. Het aandacht geven aan het werven van nieuwe leden in de verschillende werkomgevingen van de milieuprofessional (de overheid op Europees, rijks-, provinciaal, regionaal en lokaal niveau, het bedrijfsleven, onderwijs en wetenschap en de adviessector) is daarom belangrijk. Naarmate een groter deel van de milieuprofessionals uit deze segmenten in de VVM actief is, worden de missie en de visie van de VVM des te beter bereikt: netwerk en debat om op die manier de kwaliteit van het nadenken over en de besluitvorming over het milieu kwalitatief te verbeteren.
 

Het aandeel vrouwen en jongeren in de VVM is relatief gering en komt niet overeen met het aandeel in de beroepsgroep. Daarom zal bij de ledenwerving in het bijzonder aandacht worden gegeven aan het werven onder deze groepen.

 

Dit betekent het volgende voor de doelstellingen 2015:

  1. De VVM is aantrekkelijk voor de milieuprofessional; dat uit zich in een voldoende ledental in de verschillende achterbannen van de VVM (overheden, NGO’s, bedrijven, consultants). Bij de ledenwerving zal in het bijzonder aandacht worden gegeven aan het bedrijfsleven, NGO’s en de lagere overheden, die thans relatief ondervertegenwoordigd zijn, en aan de werving van jongeren en vrouwen.
  2. Er is sprake van een gestage toename van het ledental in alle segmenten, in 2015 is het ledental met ten minste 10% toegenomen.

Uitvoering:
De directeur van de VVM zal een plan van aanpak voor het vergroten van de bekendheid van de VVM bij de potentiële achterban en het werven van de leden opstellen en uitvoeren en hierover periodiek rapporteren aan het bestuur. De directeur geeft daarbij in het bijzonder aandacht aan het werven van die onderdelen van de potentiële achterban die nog relatief ondervertegenwoordigd zijn: lagere overheden, bedrijfsleven en studenten.

[naar boven]

6. Prioriteiten 2011

Dit beleidsplan heeft een looptijd van vijf jaar. Jaarlijks zal het bestuur de prioriteiten bepalen voor het komende jaar. Voor 2011 heeft het bestuur de volgende prioriteiten vastgesteld:

 

  • De VVM heeft een zichtbare en erkende plaats in het centrum van het debat over milieuvraagstukken. Dat uit zich in de organisatie van debatten over actuele thema’s met mensen die een belangrijke plaats in het debat innemen, de betrokkenheid van de VVM in het actuele milieudebat en de contacten met de betreffende organisaties m.b.t. die milieuvraagstukken.
  • De VVM is de nationale trekker van de Wereldmilieudag in Nederland, waarop nationaal door vele organisaties aandacht wordt gegeven aan het milieu.
  • Het aandeel jongeren en vrouwen in de organisatie van de VVM vormt een goede afspiegeling van de achterban.

[naar boven]

7. Uitvoering

Het zwaartepunt bij de uitvoering van de werkzaamheden volgend uit dit beleidsplan ligt bij de directeur van de VVM. Zij rapporteert tijdens de vergaderingen van het AB over de voortgang van de uitvoering van het beleid, doet voorstellen voor aanpassing als dat nodig is en betrekt het bestuur of leden van het bestuur bij de uitvoering waar dat nodig is. Dit beleidsplan wordt jaarlijks geëvalueerd en zo nodig bijgesteld.

[naar boven]