VVM logo nieuw 150x150

netwerk van milieuprofessionals

 
Bezoek ons op: 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dag van de Omgevingswet 2017

  Deelsessies ronde A

A01 - Kerninstrument: omgevingsvisie

Olga van Kalles, Provincie Utrecht
Gerrit de Zoeten, MWH

In de provincie Utrecht wordt hard gewerkt aan het opstellen van de omgevingsvisie. Olga van Kalles, van de provincie Utrecht licht toe hoe vanuit de specifieke opgaven in de provincie Utrecht wordt omgegaan met de omgevingsvisie, wat aandachtspunten en leerpunten zijn en hoe deze visie verder gaat werken onder de Ow. Voorafgaand zal Gerrit de Zoeten van Stantec een algemene inleiding verzorgen bij deze sessie.


A02 - Participatie in de praktijk

Linda Bartman, Programma Aan de slag met de Omgevingswet
Patrick Voet, BAM

Linda Bartman (projectleider inspiratiegids participatie Omgevingswet) en Patrick Voet (strategisch omgevingsmanager BAM) geven vanuit de eigen praktijkervaring voorbeelden, tips & trucs en voorzetten voor de praktische invulling van participatie vanuit overheid én private initiatiefnemer. Met uiteraard veel ruimte voor het stellen van vragen en discussie rond prikkelende stellingen.


A03 - Veranderopgave voor de overheid bezien vanuit de praktijk

Rick Keim, Programmamanager Omgevingswet gemeente Deventer
Bas Hoondert, Programmamanager Omgevingswet gemeente Leiden

De veranderopgave vanuit de Omgevingswet is een traject dat iedere gemeente zelf doorloopt, samen met raad, college en relevante partijen in de stad. Vrijwel alle gemeenten zijn hiermee inmiddels gestart. In deze sessie krijgt u inzicht in de ervaringen, tips en valkuilen uit te praktijk van de gemeenten Leiden en Deventer.

Het vraagt nogal wat van een gemeente om 'in de geest van de Omgevingswet' aan de slag te gaan. Hoe ga je bijvoorbeeld om met het betrekken en stimuleren van medewerkers? En hoe interesseer je raadsleden en relevante partijen uit de stad voor dit traject? Deze sessie geeft u hiervoor aangrijpingspunten aan de hand van de ervaringen van de Leiden en Deventer met de Regionale Omgevingsvisie, de lokale Omgevingsvisie, (gebieds)ontwikkelperspectieven en het Omgevingsplan. Bij ieder onderdeel is er aandacht voor aspecten als integraal werken en participatie onder de Omgevingswet.


A04 - De laatste ontwikkelingen rond het digitaal stelsel Omgevingswet

Joyce de Jong, Programma aan de slag met de Omgevingswet
Arie Duindam, Kadaster

Het digitaal stelsel Omgevingswet is de informatiemotor onder de nieuwe wet. Het is de plek om de begrippen uit de omgevingswet te vinden, de rijksregels en de omgevingsdocumenten die op een locatie gelden te zien en om en aanvraag of melding in te dienen indien dat nodig is. Het digitaal stelsel staat niet op zichzelf, maar is een schakel in de processen rondom de omgevingswet: het maken van plannen, het opstellen van regels, het oriënteren op de kaart, het indienen van aanvragen en het verlenen van vergunningen.

In deze presentatie presentatie wordt aandacht besteed aan de eerste modellen en functionaliteiten die zijn ontwikkeld. Ook wordt er vooruitgeblikt naar hetgeen de komende periode wordt gerealiseerd.


A05 - Vorm geven aan omgevingskwaliteit

Flip ten Cate, Federatie Ruimtelike Kwaliteit
Jef Mühren, Mooi Noord-Holland

Het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit is een van de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet. Flip ten Cate, directeur van Federatie Ruimtelijke Kwaliteit, gaat in op het begrip omgevingskwaliteit: hoe het in de wet gedefinieerd wordt en op welke manier het ook omschreven kan worden. Hoe wordt omgevingskwaliteit een werkbaar en levend begrip in de praktijk van initiatiefnemers, deelnemers aan participatie en ambitieuze overheden?

Met ‘meerwaardegesprekken’ kan worden gepoogd om private investeringen ten goede te laten komen aan de gemeenschap. Maar hoe worden belangen zoals erfgoed, die niet primair het belang van de initiatiefnemer zijn, gekoppeld aan zijn investering, zodat er een maatschappelijke investering ontstaat? Regelgeving biedt niet altijd de oplossing. Het gesprek zal aangegaan moeten worden met belanghebbenden en er moet gewerkt worden aan “ontwerpend onderzoek”, waarin de kansen van meekoppeling van andere belangen wordt onderzocht. Met het omgevingsplan kunnen lokale overheden via open normen en procedureregels sturen op integrale omgevingskwaliteit.

Een deel van de sessie wordt door de deelnemers besteed aan het werken en schetsen in het Schetsboek voor een omgevingsplan op kwaliteit.


A06 - Bal: aandacht voor veranderingen op activiteitenniveau

Valerie van 't Lam
Nicole Fikke

Deze bijeenkomst neemt u mee door het Bal. Niet alleen wordt het systeem voor u uiteengezet, ook wordt ingegaan op de wijzigingen ten opzichte van het geldend recht en op de aspecten die zeker aandacht verdienen.


A07 - Omgevingsverordening

Renée Lameijer, Provincie Zuid-Holland
Evert-Jan Laméris, Provincie Zuid-Holland

Veelbesproken is het Omgevingsplan dat met de komst van de Omgevingswet door gemeenten zal moeten worden opgesteld. Niet te vergeten is het provinciale equivalent van decentrale regels onder de Omgevingswet: de Omgevingsverordening.

Tijdens deze sessie zal het proces van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening en handreiking Omgevingsverordening van het IPO centraal staan. De juridische én digitale aspecten/vraagstukken die bij de Omgevingsverordening komen kijken worden belicht. Deze sessie is bedoeld voor mensen die geïnteresseerd zijn in het proces van totstandkoming van de Omgevingsverordening of er in de toekomst mee te maken krijgen.


A08 - Overgangsrecht: naar het omgevingsplan

Bert Rademaker, Ministerie van Infrastructuur en Milieu

Voor gemeenten geldt een overgangsperiode om toe te werken naar een volledig en samenhangend omgevingsplan dat voldoet aan de eisen van de Omgevingswet. Binnen een periode van tien jaar moeten gemeenten hun huidige bestemmingsplannen en regels over de fysieke leefomgeving ombouwen tot één omgevingsplan. Tegelijkertijd komt een groot aantal regels op rijksniveau te vervallen en ook die moeten geregeld worden in het omgevingsplan. Gemeenten staan dus voor een flinke klus. In deze workshop wordt uitleg gegeven over de overgangsfase. Hoe is het overgangsrecht voor bestaande instrumenten geregeld en kunnen lopende procedures onder het nieuwe recht worden afgerond? Hoe kan de winkel blijven draaien als gelijktijdig de verbouw plaatsvindt?


A09 - Bodem? Je basis voor omgevingsbeleid!

Jaap Tuinstra, Ministerie van Infrastructuur en Milieu
Jan Frank Mars, Rijkswaterstaat
Piet Otte, RIVM
Liesbet Dirven, RIVM

Bij duurzaam bodemgebruik, staan de mogelijkheden van het bodem- en waterecosysteem centraal om bij te dragen aan oplossingen voor gezonde verstedelijking, klimaatadaptatie, de energietransitie, verduurzaming van de landbouw en de leefbaarheid van het landelijk gebied. Met www.bodemambities.nl en www.ruimtexmilieu.nl zijn instrumenten beschikbaar voor gemeenten en andere stakeholders die hiermee aan slag willen. Niet omdat het moet, maar omdat het kan! De sessie laat zien wat de potentie is en biedt concrete handvatten om de duurzaamheidsambities van de Omgevingswet in de praktijk te brengen.

Marloes Luitwieler (Bioclear Earth) is gespreksleider.


A10 - Pilot bestemmingsplan-plus met verbrede reikwijdte Soesterberg-Noord

Reinier Kalt, Gemeente Soest
Rein Bruinsma, Royal HaskoningDHV

Voor de gedeeltelijke transformatie van bedrijventerrein Soesterberg-Noord heeft de gemeente Soest het bestemmingsplan-plus met verbrede reikwijdte vastgesteld. Cruciaal daarbij was de toepassing van de zogenaamde kameleonbestemming om bedrijfspercelen automatisch te verkleuren of aan te passen. Een minstens zo belangrijke uitdaging vormde het beperken van de milieugebruiksruimte van bedrijven in verband met toekomstige woningbouw in en nabij het plangebied. In de sessie wordt onder meer ingegaan op de praktische mogelijkheden om onder de Omgevingswet milieugebruiksruimte te reguleren in het omgevingsplan.


A11 - Circulaire economie en omgevingsbeleid

Maarten Loeffen, Vereniging Stadswerk Nederland
Anneloes Voorberg, NVRD

De verandering van de traditionele lineaire economie (met take-make-waste) naar een circulaire economie (waarin producten en grondstoffen optimaal worden ingezet en hergebruikt) heeft invloed op de fysieke omgeving en omgekeerd. Omgevingsbeleid is dan een instrument wat ervoor kan zorgen dat circulaire initiatieven worden gefaciliteerd en het gewenste effect hebben. Vereniging Stadswerk Nederland en NVRD verkennen samen met u aan de hand van een praktijkcasus uw circulaire kansen binnen de omgevingswet. Hoe kunnen we dit specificeren naar openbare ruimte in bebouwde omgeving? En vertalen naar betekenis op lokaal niveau?