VVM logo nieuw 150x150

netwerk van milieuprofessionals

 
Bezoek ons op: 
𝕏

VVM logo nieuw 150x150

netwerk van milieuprofessionals

Bezoek ons op: 
𝕏

DVDO 

 

 

 

 


Dag van de Omgevingswet 2019

 Do. 10 oktober 2019
 09:00 - 17:00
Provinciehuis Utrecht, Utrecht

Deelsessies

Dag van de Omgevingswet 2019

Bijna alle deelsessies inclusief de indeling zijn bekend. 

Uitklappen om meer te lezen over de deelsessies.

Laatste update: 7 oktober 2019

Dag van de Omgevingswet 2018

Ronde A>> | Ronde B>> | Ronde C>>

Ronde A

11:45-12:45

A1 Oh, zit het zo!

Carolien Idema  , Provincie Utrecht
Fenna van Tol , Provincie Utrecht
Ruud Poort, Provincie Utrecht
Jaco Huisman, Provincie Zuid-Holland

Kenmerken, kaarten en actieve teksten zijn de ingrediënten voor een nieuwe manier van schrijven. De provincie Utrecht stelt gelijktijdig een samenhangend pakket van omgevingsvisie, omgevingsverordening en programma’s op. Slim gebruik maken van de DSO-standaarden is daarbij cruciaal: (r)evolutie in het schrijven van omgevingsbeleid en regels. In deze sessie ga je ook zelf aan de slag. 

 
A2 De omgevingsvergunning

Sandra Anzion , Anzion juridisch advies
Yvette Bijkerk , Ministerie van BZK
i.s.m. od.nl
Rens Bolkestein , Brolyn
Leendert de Bruin, Heijmans Infra

De Omgevingsvergunning blijft onder de Omgevingswet bestaan. Wel veranderen een aantal zaken. In deze sessie wordt onder andere ingegaan op de verschuiving van 26 naar 8 weken, lean organiseren, goed vooroverleg en ketensamenwerking en de vergunning 2.0, de altijd actuele vergunning. 

 

 
A3 Met water belangen versterken

Hans Geerse , Evides
Ada Goverde , Allios Deite
Marleen Vrieze

Als drinkwaterbedrijf werkt Evides veel samen met de omgeving. In ‘Waterkring West’ worden samengewerkt met waterschappen en gemeenten in het westen van Noord-Brabant. De Omgevingswet is één van de onderwerpen op de agenda. Om de drinkwaterbelangen goed in de kerninstrumenten van de nieuwe wet te borgen, is het belangrijk ze per gemeente uit te werken en te beoordelen op hun ruimtelijke consequenties. Hoe gaat dit in zijn werk, wat zijn de adviezen en de consequenties die uit dit traject zijn voortgekomen? Evides neemt u mee in haar ervaringen van de afgelopen jaren en specifiek de case van Waterkering West.

 

 
A4 Ontwikkeling van het Digitaal Stelsel Omgevingswet

Joyce de Jong , Rijkswaterstaat
Hennie Genee, NedGraphics B.V.
Bart Oortwijn , Combined Efforts

De bouw van DSO is als het bouwen van een huis, eerst het skelet en de muren en dan de aankleding en inrichting, de tuin en de aanbouw. In 2019 leveren we het frame van DSO op: een stelsel dat minimaal gelijkwaardig is aan de dienstverlening van de te integreren onderdelen Omgevingsloket online (OLO), Activiteitenbesluit Internet Module (AIM) en ruimtelijkeplannen.nl. Het DSO is dan bruikbaar en werkbaar voor Bevoegd Gezagen:

  • Om mee te oefenen
  • Om mee te koppelen
  • Om te vullen met plannen/juridische regels, toepasbare regels, begrippen

Overheden kunnen zich zo goed voorbereiden op het aansluiten en werken met het digitaal stelsel. Hoewel het stelsel daarna nog volop in ontwikkeling is kunt u als lokale overheid of waterschap samen met uw softwareleverancier aan de slag met het digitaal stelsel, de gegevens en de documenten die bij de nieuwe Omgevingswet horen. Joyce de Jong, lead product manager DSO, praat u bij over de ontwikkeling van het stelsel en toont de actuele stand van zaken.

 

 
A5 Participatie in de Omgevingsvisie Utrecht Binnenstad/Centrum: drijfzand of vaste grond?

Frans Werter , Bureau de Steeg
Mirelle Kolnaar , Ministerie van BZK
Arthur Beskers, Bilfinger Tebodin

‘Participatie’ is één van de kernbegrippen in de Omgevingswet. Dat geldt ook voor het instrument ‘omgevingsvisie’. Participatie: waar hebben we het dan over en waarom is het belangrijk? Wie ‘moeten’ eigenlijk participeren en hoe pakken we dat aan? Oude wijn in nieuwe zakken? Aan de hand van de casus omgevingsvisie voor de binnenstad van Utrecht bespreken we het participatieproces en de keuzes die we daar gemaakt hebben om samen met belanghebbenden het participatieproces vorm te geven. Leuk, toch? Maar hoe zit het dan met de rol van de gemeenteraad? Doen we wel voldoende aan verwachtingenmanagement richting stad en politiek? 

 
A6 Het omgevingsplan in de overgangsfase

Wimfred Grashoff , VNG
Jos Dolstra , Stantec
Jan Spitters , Wolters Kluwer

Gemeenten moeten in de periode 2021 – 2029 een omgevingsplan maken. In deze periode moet het tijdelijk omgevingsplan (dat alle gemeenten ‘automatisch krijgen’ op 1-1-21, met daarin de bestemmingsplannen, beheersverordeningen en de ‘bruidsschat’) worden omgevormd tot een omgevingsplan dat voldoet in de eisen en bedoelingen van de omgevingswet. Dat zal vrijwel altijd stapsgewijs worden uitgevoerd. We noemen deze periode de transitiefase. Hoe kan de gemeente het (stapsgewijs) opbouwen van het omgevingsplan oppakken? Wat zijn de mogelijke keuzen en afwegingen? Wat zijn de kaders uit wet en regelgeving? Wat betekent de (stapsgewijze) opbouw van het omgevingsplan voor de dienstverlening en de VTH-processen? En kun je nu al voorbereiding treffen om deze transitiefase zo goed mogelijk te laten verlopen? In deze sessie gaan we daar dieper op in. De transitieaanpak omgevingsplan is een wegwijzer voor gemeenten waarin een groot aantal aspecten die gemeenten tegenkomen in de transitiefase worden uitgewerkt. Ook de stappen die gemeenten vóór 2021 kunnen zetten komen aan bod, zoals het op orde brengen van het huidige instrumentarium en het aanpassen van de gemeentelijke plansoftware. De transitieaanpak wordt stapsgewijs ontwikkeld.

 

 
A7 Met een living lab de Omgevingswet verkennen

Loesanne van der Geest, Mees Ruimte & Milieu, LivingLab
Peter Commissaris, gemeente Alphen aan den Rijn, LivingLab
Gerdo Kuiper, Hogeschool Leiden, LivingLab
Loesanne van der Geest
Jelle van de Poel , StAB

Het LivingLab Omgevingswet Zuid-Holland is een samenwerkingsverband in het kader van de Omgevingswet. Samen met partijen uit het werkveld en de Hogeschool Leiden, formuleren wij vraagstukken voor afstudeerstudenten, begeleiden hen bij het uitvoeren van het onderzoek en zorgen ervoor dat deze kennis wordt gedeeld. In deze sessie laten wij zien hoe het LivingLab werkt en presenteert een aantal studenten in een korte pitch hun resultaten.

 
A8 Wat we kunnen leren van de G40 gemeenten

Rick Keim , Gemeente Deventer
Wim Tijssen , Gemeente Tilburg
Saskia Buitelaar , Platform31
Saskia Buitelaar
Marianne van Rens , Omgevingsdienst Brabant Noord

De programmamanagers Omgevingswet van de G40-steden vormen sinds eind 2016 een leerkring, waarin zij kennis uitwisselen over de invoering van de Omgevingswet. Samen hebben zij inmiddels een brede expertise opgebouwd, die wordt gedeeld via het kennisdossier Omgevingswet. Tijdens deze deelsessie nemen we u mee langs de hoofdthema’s van de implementatie: Anders werken, DSO en de Omgevingswetinstrumenten. We laten in vogelvlucht zien welke kennis we hebben opgedaan en welke steden koploper zijn op de diverse onderwerpen.

Wim Tijssen/Rick Keim (voorzitters G40-themagroep Omgevingswet) en Saskia Buitelaar/Wessel van Vliet (projectleiders Omgevingswet bij Platform31)

Rick KeimWim Tijssen via reef.nlSaskia Buitelaar via Platform 31

 

 
A9 Landelijk gebied, gezondheid en de Omgevingswet

Frank Toemen , Gemeente Ede, Omgevingsdienst De Vallei
Fred Stouthart , Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant
Frences van der Ven , Rijkswaterstaat, Frences van der Ven Milieuadvies
Marloes Jongeneel , Rijkswaterstaat
Jerry de Rijke, De Rijke Omgeving
Karlien van den Hout, Ruimtemeesters

Als bestaande emissies van veehouderijen leiden tot overlast of gezondheidseffecten, hoe kan een gemeente of provincie die emissies dan reduceren? Leer in deze workshop van praktijkvoorbeelden én welke kansen de Omgevingswet biedt!


V.l.n.r. Frank Toemen, Frences van der Ven, Marloes Jongeneel

 
A10 Het instrument programma en de programmatische aanpak

Jelle Troelstra, Ministerie van BZK
Mohamed El Allouchi , Ministerie van BZK
Daniella Nijman , Halsten Advocaten
Vincent van Vliet , QHSSE-onderzoeker

Het instrument programma is één van de 6 kerninstrumenten van de Omgevingswet. Hiermee is het programma een van de instrumenten binnen de beleidscyclus van de Omgevingswet waarmee gemeenten, waterschappen, provincies en rijksorganisaties hun beleid kunnen vormgeven en realiseren. Hoe sluit het instrument programma aan op de huidige uitvoeringspraktijk en waar zit de ‘kracht’ van dit instrument? Over programma's zijn nog veel verschillende beelden. Vanuit het Programma Aan de slag met de Omgevingswet geeft men een toelichting.

 Jelle Troelstra

 

 

Ronde B

14:00-15:00

B1 Ervaar het zelf: gaan we straks echt anders werken?

Juul Osinga  , Jong Leefomgeving, Aveco de Bondt
Carmen Muurmans  , Schulinck, Jong Leefomgeving
Anouk Paris , Jong Leefomgeving, Over Morgen
Juul Osinga
Astrid Benders

De aanleiding voor de Omgevingswet waren signalen uit de praktijk, het moet anders, eenvoudiger, beter! Minder regels en meer ruimte voor initiatiefnemers. De beoogde veranderingen weten we inmiddels goed uit te leggen, maar het blijft vaak nog erg theoretisch. Leidt de Omgevingswet echt tot ruimte voor initiatieven? Is de afwegingsruimte groter? Leidt participatie tot hogere kwaliteit van plannen en besluiten? Netwerk Jong Leefomgeving legt het voor aan initiatiefnemers uit de praktijk. Wat behouden we van onze huidige werkwijze en wat gaan we juist anders doen? In spelvorm gaan we tijdens deze sessie daar aan de hand van concrete praktijkcases mee aan de slag, zodat iedereen dit zelf kan ervaren.

 
B2 Voorbereiden op het omgevingsplan

Henk Jan Solle , Gemeente Schiedam (tot voor kort Gemeente Westvoorne)
Hans Koning , Gemeente Breda
Annemieke Schattenberg, Ministerie van BZK
Jacques Ploeger , J Ploeger Milieuadvies, Bisschop & Partners

Veel gemeenten bereiden zich voor op het omgevingsplan. Onder andere met gebruikmaking van de Crisis- en herstelwet. De gemeenten Westvoorne en de gemeente Breda vertellen in deze sessie over hun aanpak om te komen tot een omgevingsplan

 (Henk Jan Solle)

 
B3 Inrichten Omgevingstafel: de oplossing voor afhandeling complexe vergunningen

Hanneke Kunst , VNG
Yousuf Yousufi , VNG
Rens Bolkestein , Brolyn

Voor een ‘Omgevingswetproof vooroverleg’ heeft VNG, samen met de gemeente Zaanstad, een dialoogmodel ontwikkeld. Een model waarbij de omgevingstafel centraal staat. Aan deze tafel komen (in een of meerdere sessies) de initiatiefnemer en alle betrokkenen bij elkaar. Het initiatief wordt dan besproken vanuit de gedachte om het mogelijk te maken. Dit levert de initiatiefnemer een integraal advies op, waarmee hij de vergunningaanvraag kan opstellen en indienen. Daarna kan de vergunning in acht weken worden afgehandeld.

 

 
B4 Werken met toepasbare regels

Annemieke Vliegen , Aan de slag met de omgevingswet, ambassadeur toepasbare regels digitaal stelsel omgevingswet
Florien de Jong , Rijkswaterstaat
André Domburg , Wissing Ruimtelijke Denkers
Enrico van Dijk , Van Dijk en Omgeving

Klantvriendelijke digitale dienstverlening met toepasbare regels In deze sessie gaan we aan de hand van een stuk juridische tekst toepasbare regels schetsen. Daarbij stippen we alle aspecten aan die nodig zijn voor een goede digitale dienstverlening. We kijken naar de volgorde van vragen, taalgebruik en of een initiatiefnemer de vragen wel kan beantwoorden. Ook het werkproces om te komen tot toepasbare regels en de benodigde middelen en vaardigheden komen aan de orde.

 
B5 Centrale Voorziening Geluidgegevens maakt geluidgegevens toegankelijk en transparanter

Gerda de Vries , Ministerie van IenW
Jan Skornsek , RIVM
Sander Teeuwisse , RIVM
Menno Hillebregt, Omgevingsdienst Noordzeekanaal

In 2021 treedt de nieuwe geluidwetgeving onder de Omgevingswet in werking. Deze nieuwe wetgeving streeft ernaar de geluidsituatie in Nederland kwalitatief te verbeteren. Daarnaast is het doel de transparantie en het eenvoudig gebruik van officiële geluid(bron)gegevens te vergroten. Dit betekent onder meer dat bronhouders (o.a. gemeenten, provincies) geluid(bron)gegevens van wegen, spoorwegen, industrie en windturbines moeten gaan ontsluiten. Deze gegevens worden eenvoudig beschikbaar voor initiatiefnemers zoals planvormers, vergunningverleners, projectontwikkelaars, bijvoorbeeld ter ondersteuning van akoestische onderzoeken. Om de nieuwe geluidregelgeving digitaal te ondersteunen wordt de geluidinformatie voor iedereen op één plaats, uniform en laagdrempelig toegankelijk in een Centrale Voorziening Geluidgegevens (CVGG).

In deze presentatie licht IenW toe welke eisen de wetgever stelt voor de ontsluiting van brongegevens. Het RIVM geeft vervolgens een toelichting op de digitale ondersteuning van de nieuwe geluidregelgeving.

Tijdens de presentatie is ruim tijd voor discussie en uitwisselen van informatie.

 

 
B6 Voorbereiden op de Omgevingswet

Martin Jolink , Gemeente Bronckhorst
Peter Commissaris , Gemeente Alphen aan den Rijn
Jos Dolstra , Stantec
Vincent van Vliet , QHSSE-onderzoeker

Minder en korter vergaderen én de informatie krijgen die iedereen nodig heeft. Dat is het idee achter een obeya. De gemeente Alphen werkt hiermee. Obeya is Japans voor ‘grote ruimte’. In deze ruimte hangen allerlei visuele middelen aan de muur: een missie, projectdoelen, strategieën en korte- en langetermijndoelen. Alles wat je nodig hebt om te kunnen sturen op de juiste dingen. Dat werkt efficiënt en levert nieuwe ideeën op. De obeya vervangt eigenlijk het programmaplan en biedt een prima houvast om te sturen. De gemeente Bronckhorst heeft een helder en overzichtelijk proces ontworpen, ook wat betreft de organisatorische, bestuurlijke en politieke aspecten van de invoering met duidelijke sporen, mijlpalen en planning en hebben deze vertaald in een routekaart. In deze routekaart zijn de ambities en doelen gegroepeerd langs drie samenhangende sporen: strategie & omgevingsbeleid, samenwerking en organisatie & ICT. De vier gemeentelijke realisatieteams werken in een scrum-achtige setting. 

 
B7 De bruidsschat: kansen voor samenwerking tussen RO, Milieu en Water

Sandra Reynaers , Unie van Waterschappen
Frederique Minderhoud , Unie van Waterschappen
Rick Keim , Gemeente Deventer
Koen Snelder , Stantec

De Omgevingswet brengt de regels voor de fysieke leefomgeving meer bij elkaar. Ook komen een aantal rijksregels niet meer terug in de AMvB’s. Het Rijk zorgt ervoor dat de rijksregels die onder de Omgevingswet komen te vervallen, automatisch deel uitmaken van het gemeentelijke omgevingsplan of de waterschapsverordening. Deze regels worden ook wel ‘de bruidsschat’ genoemd. In de workshop gaan we in op deze bruidsschat en verkennen we met de deelnemers, hoe met deze regels om te gaan in het omgevingsplan en de waterschapsverordening.

 

 
B8 PlanMER Nationale Omgevingsvisie: Reflectie voor een goede staat van de fysieke leefomgeving

Roel Teeuwen , Ministerie van BZK
Christiaan Elings , Royal HaskoningDHV
Veronique Maronier , Royal HaskoningDHV, VVM-sectie m.e.r.
Arthur Beskers, Bilfinger Tebodin

Eén van de nieuwe instrumenten van de Omgevingswet is de Omgevingsvisie: een integrale visie voor de lange termijn op de fysieke leefomgeving. Het is voor Omgevingsvisies veelal verplicht om de procedure van de milieueffectrapportage (m.e.r.) te doorlopen, zo ook voor de Nationale Omgevingsvisie die onlangs is opgesteld door het Rijk. Echter, interessanter is dat m.e.r. meerwaarde kan bieden gedurende het voorbereiden van de Omgevingsvisie. Als je het slim organiseert kan m.e.r. je helpen bij het prioriteren van onderwerpen die aandacht vergen, bij het bepalen van ambities, bij het in beeld brengen van de hoeken van het speelveld voor te maken integrale keuzes en bij het nadenken over de uitvoering van het beleid door het inzichtelijk maken van kansen en risico’s. Zo kan reflectie in het proces bijdragen aan weloverwogen keuzes voor een goede - of verbeterde - staat van de fysieke leefomgeving. Hoe is de Nationale Omgevingsvisie omgegaan met conclusies die in het planMER zijn getrokken op het gebied van bijvoorbeeld biodiversiteit, milieu, gezondheid en welzijn? En hoe gaat het planMER om met toekomstige besluiten over de fysieke leefomgeving? In deze sessie gaan we - aan de hand van geleerde lessen bij het PlanMER voor de Nationale Omgevingsvisie - samen met het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in op hoe en op welke momenten met m.e.r. het beste reflectie kan worden geboden op de visie in wording. Waar begin je, wie betrek je en waar loop je tegenaan?

 
B9 Bedrijven, milieu en het omgevingsplan

Valerie van 't Lam , Stibbe
Paul Pestman , Ministerie van BZK, Eenvoudig Beter
Leendert de Bruin , Heijmans Infra
Willem van der Werf , Universiteit Utrecht

“De Omgevingswet en in het bijzonder het omgevingsplan zal ook voor bedrijven grote impact hebben. Waar moet een bedrijf op letten? Wanneer is het wijs om met het bevoegd gezag om tafel te gaan zitten? Waar zitten de aandachtspunten en discussie. In deze sessie wordt aan de hand van de casus van het omgevingsplan voor de Chemelot de kant van de bedrijven belicht”

 
B10 Viattence: Gezondheid als toetsingskader?

Bastien van Werven , Vattiance
Kitty Oude Bruinink , Vattiance
Ada Goverde , Allios Deite
Marleen Vrieze

Nieuw in de Omgevingswet is gezondheid als toetsingskader. De invloed van de omgeving op onze gezondheid is inmiddels een bekend gegeven. Hoe geeft je dat vorm als zorginstelling voor ouderen, die druk bezig is met het vernieuwen van haar zorgconcept? In ieder geval door nieuwe ontwikkelingen integraal te benaderen. Kom helpen vorm te geven aan een nieuw toetsingskader in een interactieve sessie.

 

 

Ronde C

15:15-16:15

C1 Integraal afwegen met de omgevingsvisie: de waarde van Global Goals

Ellen van Reesch , Van Reesch Advies, VNG
Laura van Rossem , VNG
en een van de gemeentelijke deelnemers aan de praktijkproef
Jos van der Schot , Innovatiepartners
Nicky del Grosso , Van Hall Larenstein Hogeschool

De Omgevingswet heeft tot doel een veilige en gezonde fysieke leefomgeving te creëren die bijdraagt aan de vervulling van maatschappelijke behoeften. Achterliggende gedachte hierbij is dat bij het ontwikkelen van de fysieke leefomgeving altijd geprobeerd wordt om te komen tot een kwaliteitsimpuls, waarbij de inzet binnen de ene sector niet ten koste gaat van andere domeinen. Die maatschappelijke opdracht vraagt van bestuurders en uitvoerende ambtenaren om een brede integrale afweging van ongelijksoortige opgaven. De VNG werkt in de vorm van een praktijkproef met gemeenten aan de ontwikkeling van een afwegingskader in de omgevingsvisie dat deze integrale afweging vergemakkelijkt en transparant maakt. Daarbij zijn de 17 Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties (SDG’s of Global Goals) als integrerende principes gekozen. De SDG’s brengen de brede duurzaamheidsagenda en de vele onderlinge verbanden tussen maatschappelijke opgaven in beeld en vormen een ideaal instrument om toe te werken naar meekoppeling – realiseren van meervoudige doelen – en het vermijden van afwenteling. In deze workshop lichten we de resultaten, ervaringen en gedachtengang achter het ontwikkelde kader toe. Aan de hand van concrete maatschappelijke opgaven gaan we met u op zoek naar de waarde die de Sustainable Development Goals voor u in de praktijk kunnen hebben bij de uitvoering van de Omgevingswet.

 
C2 Omgevingswet en leefbaarheid: Kansen voor fietsen en lopen

Wilma Slinger  , Tour de Force, CROW
Syb Tjepkema  , Tour de Force, Gemeente Zwolle
Herbert Korbee  , Tour de Force, Provincie Utrecht
Sietze Faber  , Tour de Force, Gemeente Zwolle
Sietze Faber
Wietske Smidt, Mibacu

De Omgevingswet integreert alle wet- en regelgeving voor de fysieke leefomgeving en treedt in 2021 in werking. Vooruitlopend hierop werkt een groot aantal gemeenten en provincies op dit moment aan omgevingsvisies. Deze visies bieden concrete kansen om de leefbaarheid en vitaliteit van steden en dorpen te verbeteren. Het stimuleren van duurzame vervoerwijzen zoals de fiets en de voetganger in beweegvriendelijke en veilige leefomgeving kunnen hier in grote mate aan bijdragen. Daarbij gaat het om gezondheidsbevordering, schone lucht en een goede omgevingskwaliteit. Het nieuwe Omgevingswetstelsel geeft meer mogelijkheden in vergelijking met de huidige situatie om deze doelen te behalen. Wat te denken van een eigen vergunningstelsel ‘op maat’ in het Omgevingsplan (het huidige bestemmingsplan). Denk hierbij bijvoorbeeld aan de schoolomgeving. Hier kan je onder het nieuwe stelsel specifieker zaken regelen zoals zwaar verkeer.

We dagen creatievelingen uit om in deze sessie een praktijkcase met ons uit te werken. Dit doen we nadat we eerst een beeld hebben gegeven van de instrumenten en de kansen die er liggen voor fietsen en lopen! Medewerking aan deze sessie wordt verleend door Wilma Slinger van CROW, Wegkapitein Tour de Force voor het thema ‘Omgevingswet, fietsen en lopen’ Syb Tjepkema en adviseurs Herbert Korbee en Sietze Faber.

Syb TjepkemaHerbert KorbeeSietze Faber

 
C3 Het ontwerpen van het omgevingsplan

Katja Stribos , VNG
Maarten Engelberts , VNG
Harald Langejans , Milieufreelancers, HSEfocus
Jelle van de Poel , StAB

U gaat een omgevingsplan maken en begint met het ontwerpen daarvan. In deze sessie ligt de focus op de juridische ontwerpvraagstukken. U krijgt een beeld waar u staat met het omgevingsplan bij de inwerkingtreding van de wet en welke keuzes u heeft bij het inrichten daarvan. In het verlengde daarvan nemen u mee naar het Casco, een voorbeeldstructuur/inhoudsopgave waarin alle type regels zijn opgenomen die op grond van de Omgevingswet gesteld kunnen worden. Denk bijvoorbeeld aan algemene regels, vergunningplichten en beoordelingsregels over milieubelastende activiteiten, bouwen en ruimtelijke ordening.

 

 
C4 Het nieuwe Omgevingsloket

Florien de Jong , Rijkswaterstaat
Rick Bleeker , Rijkswaterstaat, product-owners digitaal stelsel Omgevingswet
Jacques Ploeger , Bisschop + Partners
David Slegers, Heijmans

Dit jaar gaan we steeds meer zien van de landelijke voorziening digitaal stelsel Omgevingswet. Een van de meest zichtbare en belangrijke onderdelen voor gebruikers is het nieuwe Omgevingsloket. Verschillende functies die we nu al kennen van landelijke voorzieningen zoals het Omgevingsloket Online (OLO), AIM en Ruimtelijkeplannen.nl komen samen in dit nieuwe loket. Wat kunnen bevoegd gezagen maar ook initiatiefnemers straks verwachten? In deze sessie vertellen we u over de functionaliteiten, wat er nodig is in de voorbereiding om aan te sluiten en krijgt u een sneakpreview van dit nieuwe Omgevingsloket.

 
C5 Klimaatverandering en de Omgevingswet

Peter de Putter , Sterk Consulting
Willem Wensink , Unie van Waterschappen
Renée Lameijer , Provincie Zuid-Holland
Simona Saldan, Heijmans Infra

Het klimaat verandert. In Nederland zullen we hierop moeten anticiperen. En dat is een grote uitdaging. Een uitdaging die nationaal en internationaal de aandacht heeft en het belang van inwoners en bedrijven direct raakt. Welke mogelijkheden biedt de aanstaande Omgevingswet om beleidsdoelstellingen te realiseren? Welke sturingsmogelijkheden bieden wet- en regelgeving om de schade en overlast als gevolg van de klimaatverandering te voorkomen of te beperken? In deze workshop zoeken we samen naar antwoorden op deze vragen. Het nieuwe instrumentarium biedt volop mogelijkheden!

 
C6 Omgevingswet en biodiversiteit

Carlo van Rijswijk , Gemeente Ede
Eddy Schabbink  , IPC Groen
Maarten Loeffen , Stadswerk
Marianne van Rens , Milieu Juridisch Advies van Rens

De Wet natuurbescherming – en daarmee straks ook de omgevingswet- richt zich ook op het herstellen van biodiversiteit. Vaak focussen we daarbij op de instandhouding  van bedreigde of beschermde soorten. Minstens even belangrijk is de aandacht voor de brede basis. Wat kunnen doen – met de omgevingswet in de hand-  om die te handhaven of beter nog te bevorderen in onze bebouwde omgeving. Zeker nu het landbouwgebied een steeds schraler karakter lijkt te krijgen. Hoe gaan we er voor zorgen dat in ieder gemeentelijk Omgevingsplan basiskwaliteit een prominente plek in neemt, rekening houden met milieufactoren, inrichting en het beheer. We gaan samen met opleidingsinstituut IPC|de Groene ruimte de mogelijkheden met u verkennen in de praktijkcasus gemeente Ede. Stadsecoloog Carlo van Rijswijk (Ede) en Eddy Schabbink (IPC|De Groene Ruimte) belichten de biodiversiteitskansen in de Omgevingswet.

 
C7 Toezicht en handhaving

Marcel Sman , Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek
Patricia Palmen , Aan de slag met de Omgevingswet, Ministerie van BZK
Ruud Peeters , Omgevingsdienst Haaglanden
Jaap Cats , DCMR
Martin van Harten , DVLP Advocaten
Willem van der Werf, Universiteit Utrecht
Elma de Jongh
, Politie Nederland

Met de Omgevingswet moet het bestaande beschermingsniveau van de fysieke leefomgeving wordengehandhaafd of worden verhoogd. Toezicht en handhaving blijven hierbij onmisbare schakels. Hoewel dat niet direct volgt uit tekst van de wet, biedt de stelselherziening wel aanleiding om de inrichting van het toezicht en de handhaving zelf ook onder de loep te nemen. Meer algemene normen en minder concrete (vergunning)voorschriften, dwingen immers tot een andere manier van toezicht houden en andere wijze van handhaven. Het uitgangspunt ‘decentraal, tenzij’ (waardoor milienormen meer op decentraal niveau zullen worden vastgelegd) kan daarnaast ingewikkelde vraagstukken opleveren in de uitvoering. Deze en andere veranderingen die gevolgen hebben voor het toezicht en de handhaving komen tijdens deze sessie aan bod. Daarbij zal door deskundigen uit het veld worden gekeken hoe met deze veranderingen kan (of moet) worden omgegaan om het toezicht en de handhaving onder de Omgevingswet bij te kunnen laten dragen aan het beheer van de leefomgevingskwaliteit.

Marcel SmanPatricia PalmenRuud PetersJaap CatsMartin van Harten

 

 
C8 Overgangsrecht

Nicole Fikke , Ministerie van BZK
Jan van Oosten , Stibbe
Jerry de Rijke, De Rijke Omgeving
Daniella Nijman , Halsten Advocaten

Deze sessie gaat in op overgangsrechtelijke aspecten vanwege de overgang van milieuvoorschriften voor een inrichting naar milieuregels voor een activiteit. Ook de samenhang met de regels in de bruidsschat komt aan bod.

 

 
C9 DNA voor de omgevingsvisie, wat betekent het natuurlijke systeem voor gezondheid?

Kees Broks, STOWA
Vincent Grond , GrondRR
Tjeerd van der Meulen , StAB
STOWA

Een aantal gemeenten, waterschappen, provincies en STOWA hebben in vijf pilots de mogelijkheden verkend en ervaring opgedaan met een aanpak waarin het ‘DNA van de omgeving’ centraal staat. Naast het karakter van een plek, staat DNA voor de specifieke condities van het landschap; de natuurlijke systemen van bodem, water, groen en klimaat. Daarnaast staat DNA voor de gebruikte methode ‘De Natuurlijke Alliantie’. In de pilot Oss / Den Bosch is gewerkt aan de betekenis van het regionale landschap voor het thema gezondheid. Aan de hand van een aantal doelen voor gezondheid zijn ontwikkelprincipes uitgewerkt. Na een korte introductie van deze principes en bespreking van ervaringen uit de pilots, wordt in een interactieve sessie in groepen de vertaling van deze ontwikkelprincipes voor het thema gezondheid naar de (eigen) fysieke omgeving op kaarten uitgewerkt. 

 
C10 Externe veiligheid in de Omgevingswet

Yvette Moulijn , Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied
Pieter van der Zwet , Stantec
Cindy Scheffers , pas afgestudeerd aan de Juridische Hogeschool Avans-Fontys

Uit een evaluatie van het huidige externe veiligheidsbeleid bleek dat in de ruimtelijke ordening een risico-afweging vaak (te) laat in het proces plaatsvindt. En dat bestuurders en burgers de regelgeving complex en moeilijk te begrijpen vinden. In de Omgevingswet wordt externe veiligheid expliciet vroeg in de bestuurlijke afweging betrokken en wordt het meer begrijpelijke instrument “aandachtsgebieden” rond activiteiten met gevaarlijke stoffen geïntroduceerd. Het bevoegd gezag binnen de gemeente bepaalt straks of, en zo ja welke, maatregelen nodig zijn om mensen in aandachtsgebieden te beschermen tegen een grote brand, explosie of vrijkomen van giftige stoffen.

Om een goede en transparante afweging in het omgevingsplan te kunnen maken, is het van belang dat alle benodigde milieu- en gebiedsinformatie op het juiste moment wordt ingebracht. Dat vraagt om samenwerking tussen gemeente, omgevingsdienst, veiligheidsregio en andere partners.

In deze workshop gaan we aan de hand van enkele casussen uit de praktijk ervaren hoe het nieuwe instrument aandachtsgebieden werkt en welke (bestuurlijke) vragen en dilemma’s het oproept.